
Amsterdamned ll…Nee








Een omroep uit Meierijstad die het debat in Maashorst denkt te leiden

Ruud Coolen van Brakel en Patrick Huisman
foto AI Google Gemini
Soms kijk je naar een politiek debat en vraag je je af: waar gaat dit eigenlijk nog over? Over Maashorst? Over de toekomst van Uden en de dorpen? Of over de ego’s van de gespreksleiders die denken dat zij het middelpunt van de avond zijn? Het lijsttrekkersdebat in De Pul in Uden had een serieuze avond moeten zijn. Een moment waarop de kiezer rustig kon horen wat partijen willen met woningbouw, veiligheid, opvang en de toekomst van een jonge fusiegemeente.
Maar wat we zagen was iets anders.
Ruud Coolen van Brakel en Patrick Huisman leken minder geïnteresseerd in het debat zelf dan in hun eigen rol daarin. Van Brakel met weinig kennis van de regio en Huisman had niet alleen de spreekwoordelijke ’te grote’ schoenen maar een veel te groot pak aan en dat paste helemaal niet, hij maakte er bij vlagen een persoonlijke voorstelling van.
Het verschil in behandeling tussen partijen was namelijk pijnlijk zichtbaar. BBB, SP, Lokaal Maashorst, FvD en zelfs de Gewoon-VVD werden met regelmaat onderbroken, scherp weggezet of op een toon aangesproken die weinig met journalistieke neutraliteit te maken had. Tegelijkertijd kreeg de zittende coalitie alle ruimte om hun verhaal te doen. En ook de linkse combinatie van PvdA, D66, GroenLinks en PRO kon opvallend comfortabel spreken zonder dat er voortdurend doorheen werd gehakt.
Dat is geen journalistieke scherpte. Dat is selectief streng zijn.
Het absolute dieptepunt was de manier waarop Christa van de Langenberg (Lokaalmaashorst) door Patrick Huisman werd benaderd. Dat had weinig met kritisch interviewen te maken en veel met iets wat in Brabant gewoon laf en laaghartig heet.Je mag een politicus stevig bevragen. Graag zelfs. Maar iemand zichtbaar kleiner maken en op de man of in dit geval op de vrouw te spelen omdat je hem of haar politiek niet ligt, dat is geen journalistiek. Dat is persoonlijke irritatie vermomd als debatleiding.
Elke journalist leert één simpele regel: als je iemand niet mag, zorg dat niemand het merkt. Die professionaliteit ontbrak hier volledig. Vooral bij Patrick Huisman
Wat het nog wranger maakt, is het volgende.
Deze omroep heeft een lokale vergunning voor Uden / Maashorst. Dat is de reden dat er subsidie en publieke middelen richting deze club gaan. Maar de praktijk is dat de organisatie grotendeels vanuit Veghel opereert. En daar zit precies de rare spanning.
Een omroep die haar wortels buiten de gemeente heeft liggen, die met gemeenschapsgeld een debat organiseert, en vervolgens tijdens dat debat zichtbaar moeite heeft om neutraal te blijven tegenover een deel van de politieke partijen.
Dan mag je als kijker best een simpele vraag stellen: waar betalen we dit eigenlijk voor? Voor een eerlijk debat?
Of voor een avond waar de gespreksleiders denken dat zij de hoofdrol spelen? Een debatleider hoort onzichtbaar te zijn. Een scheidsrechter die het spel laat spelen door de politici. Niet iemand die zelf meedoet aan de wedstrijd. Als dat verschil niet meer wordt begrepen, dan blijft er uiteindelijk maar één conclusie over. Deze twee hadden beter in hun eigen verzonnen schuilkelder kunnen blijven zitten met hun flesje water en een noodpakket.
Dit was een debat van een lokaal omroepje dat met subsidie een beetje staat te rommelen in de marge terwijl de democratie probeert te spreken.

De Kapelstraat/Oude Kerk.
Er zijn foto’s die je niet alleen bekijkt… je stapt er bijna in. Alsof je even een deur opent naar een andere tijd. Deze ingekleurde opname van de Kapelstraat ergens midden jaren dertig is zo’n beeld. Je hoeft je ogen maar een beetje dicht te knijpen en je hoort het bijna: het zachte gesis van stoom, het ritmische tikken van metalen wielen op rails, en ergens in de verte het rustige gerinkel van een fietsbel. Dwars door de Kapelstraat liep toen de stoomtram die Veghel, Uden en Oss met elkaar verbond. Geen onbelangrijke lijn, maar een echte levensader. Niet alleen mensen stapten hier in en uit, ook melk, landbouwproducten, vee, post en goederen voor de winkels reisden met de tram mee. Kijk eens goed naar die rails. Ze liggen er bijna brutaal dicht langs de voordeuren. Alsof de tram dwars door de huiskamers van Uden reed.
Links staan de typische Brabantse burgerhuizen uit de late 19e eeuw. Stevige bakstenen gevels, groene luiken, vaak een winkel of werkplaats aan huis. Misschien zat er in dat pand wel een kruidenier, een café of een kleine handel. In die tijd werkte men letterlijk voor en achter dezelfde voordeur.Op straat heerst een rust die je vandaag bijna niet meer kunt voorstellen. Een eenzame fietser. Misschien een bakker die net zijn ronde heeft gedaan. En daar rijdt een vroege automobiel – waarschijnlijk een Ford, Opel of Chevrolet uit de jaren dertig. In een dorp als Uden waren er toen maar een handvol auto’s. Vaak van de dokter, een notaris, de burgemeester of een welgestelde handelaar. Als zo’n wagen voorbij reed, keek men die nog even na.
De meeste mensen verplaatsten zich simpelweg met de fiets, te voet, met paard en wagen of natuurlijk met de tram. Het leven speelde zich af in een rustig ritme. Overdag werkten boeren op de omliggende velden, ambachtslieden in hun werkplaats en deden vrouwen hun boodschappen bij bakker, slager of kruidenier. In de middag werd er gepraat op straat of in het café. ’s Avonds waren er kerkactiviteiten, fanfare, gilde of een kaartspel aan een houten tafel.
De oude kerk bij het huidige Piusplein was toen al verdwenen uit het straatbeeld, maar de Kapelstraat bleef wat ze altijd geweest is: de ruggengraat van Uden. Hier liep het leven. Hier kwam men elkaar tegen. Hier reed de tram die het dorp verbond met de wereld daarbuiten. In 1939 verdwenen de tram en tijdens de oorlogsjaren werden de rails geruimd. De stoomtram was geschiedenis en het dorp veranderde langzaam van tempo. Maar helemaal weg is hij nooit gegaan. Hij zit nog in de verhalen van opa’s en oma’s.
In vergeelde fotoalbums. En buslijn 157 rijdt nog steeds grotendeels via het oude tracé naar Oss via Nistelrode en Heesch.
En soms, heel even, in zo’n beeld waar het verleden weer tot leven komt. En dan denk ik wel eens: misschien was Uden toen kleiner… maar de verhalen waren groter.

Waar geloof, zorg en vooruitgang elkaar kruisten
Er hangt een dunne nevel over de Kerkstraat. De klinkers, kinderkopjes, glanzen nog van de nachtvorst, en de eerste zon zoekt haar weg langs de gevels. Links het woonhuis uit 1880, gebouwd voor een man van aanzien.
Langs de straat, half in beeld, liep ooit het spoor van de stoomtram die van Oss via Uden naar Veghel reed. De bel, het zuchten van de locomotief, het schuren van staal over staal, het was de adem van een streek in beweging. De tram bracht melk, meel, post en mensen. Tot de tijd hem inhaalde: eerst kwam buslijn 57, later 157, en vandaag wordt zelfs die verbinding weer bediscussieerd. De geschiedenis rijdt in rondjes, fluistert men in Uje.
Aan de rechterzijde, achter de rij leilinden, lag het Gasthuis van de Barmhartige Zusters H. Carolus. Zij vestigden zich hier in 1877, gevlucht uit Duitsland voor de Kulturkampf, en begonnen een klein huis voor zieken, armen en ouderen. Daar, tussen gebed en plicht, ontstond de Udense gezondheidszorg. In 1935 groeide het uit tot het Sint-Jansgasthuis, later Huize Sint-Jan. Maar hier, aan deze straat, klopte het eerste hart van de zorg. Niet uit beleid, maar uit barmhartigheid.
Verderop rees het College van het Heilige Kruis. Geen gewone school, maar een groot seminarie van de Kruisheren, waar jongens met een priesterroeping werden gevormd. Ze kregen er een brede gymnasiale opleiding, maar ook lessen in discipline, stilte en zelfbeheersing – voorbereiding op het celibataire kloosterleven. Achter het college stond de Kruisherenkapel, ingetogen en waardig, een toren die niet heerst maar waakt.
De Kerkstraat van toen was een wereld op zichzelf: zorg, geloof, kennis en vooruitgang binnen één straatbeeld. En tussen die werelden liep de tram, smal, glanzend, tijdelijk.
Wie er nu loopt, hoort geen bel meer rinkelen, geen koor meer zingen. Maar als de wind goed staat, lijkt het even alsof ergens achter de muren nog iets nadreunt: het zachte geratel van een wagon, het gefluister van een gebed, en de echo van een dorp dat ooit geloofde dat toewijding geen keuze was, maar een richting.
Echt Uden. Toen de tram nog zuchtte langs geloof en barmhartigheid.